Wanneer kun je het beste bloembollen planten? Dat hangt vooral af van de bloeitijd en het soort bol. Voorjaarsbloeiers, zoals tulpen, narcissen en krokussen, plant je meestal in het najaar. Zomerbloeiers, waaronder dahlia’s en gladiolen, gaan in het voorjaar de grond in. De bodemtemperatuur, vorst en hoeveelheid vocht spelen ook een rol. Met het juiste plantmoment krijgen de bollen voldoende tijd om wortels te vormen en later rijk te bloeien.
Wanneer kun je het beste bloembollen planten per seizoen?
De eenvoudigste regel is: plant bloembollen enkele maanden voordat ze gaan bloeien. Bollen die in het vroege voorjaar kleur geven, hebben tijdens de winter een koude periode nodig. Daarom plant je deze in de herfst. Soorten die niet goed tegen vorst kunnen, plant je pas in het voorjaar.
Voor de meeste bloembollen gelden deze plantperiodes:
- September tot en met december: tulpen, narcissen, krokussen, sneeuwklokjes, hyacinten en sieruien.
- Maart tot en met mei: dahlia’s, gladiolen, begonia’s, lelies en andere zomerbloeiers.
- Voorjaar of vroege zomer: herfstbloeiende soorten, afhankelijk van de bloembol en de aanwijzingen op de verpakking.
De exacte maand is minder belangrijk dan de toestand van de grond. Zolang de bodem niet bevroren of doorweekt is, kunnen veel winterharde voorjaarsbollen nog worden geplant. Bij vorstgevoelige zomerbollen is juist een warme, vorstvrije bodem nodig.
Voorjaarsbloeiende bloembollen planten in het najaar
Voorjaarsbloeiende bollen plant je meestal tussen september en december. Ze vormen in de herfst wortels en blijven tijdens de winter in rust. Zodra de temperatuur in het voorjaar stijgt, beginnen ze te groeien.
Een vroege plantdatum is niet altijd noodzakelijk. Bij zacht herfstweer kan het zelfs verstandig zijn om tulpen pas in oktober of november te planten. De koelere grond verkleint de kans op vroeg uitlopen en bepaalde schimmelproblemen. Narcissen en sneeuwklokjes mogen vaak eerder de grond in, omdat zij graag voldoende tijd krijgen om wortels te maken.
Tulpen planten
Tulpenbollen plant je bij voorkeur van oktober tot en met december. De grond moet koel zijn, maar nog wel bewerkbaar. Plant de bollen niet tijdens strenge vorst en ook niet in een natte bodem waarin water blijft staan.
Tulpen houden van een zonnige plek en goed doorlatende grond. In zware klei kan wat grof zand of fijn grind rond de plantplek helpen om overtollig water af te voeren. Te veel vocht vergroot de kans dat de bollen rotten.
Narcissen en krokussen planten
Narcissen kunnen vanaf september worden geplant. Een vroege start geeft hun wortels meer tijd om zich te ontwikkelen. Ook krokussen kunnen vanaf september of oktober de grond in. Beide soorten zijn winterhard en komen vaak meerdere jaren terug als de omstandigheden goed zijn.
Plant narcissen liever niet te laat als de winter vroeg begint. December is soms nog mogelijk, maar alleen wanneer de bodem niet bevroren of erg nat is. Krokussen zijn klein en kunnen gemakkelijk tussen vaste planten, onder bladverliezende struiken of in het gazon worden gezet.
Hyacinten, sneeuwklokjes en sieruien planten
Hyacinten plant je meestal in oktober of november. Ze bloeien goed op een zonnige, beschutte plek. Sneeuwklokjes kunnen in het najaar als droge bol worden geplant, al slaan ze niet altijd even snel aan. Ze worden daarom ook vaak direct na de bloei verplant, wanneer het blad nog groen is.
Sieruien, ook wel alliums genoemd, gaan tussen september en november de grond in. De meeste soorten staan graag in de zon. Door verschillende hoogtes en bloeitijden te combineren, ontstaat een langere en gevarieerde bloeiperiode.
Zomerbloeiende bloembollen planten in het voorjaar
Zomerbloeiende bollen en knollen plant je meestal tussen maart en mei. Wacht bij vorstgevoelige soorten tot de kans op stevige nachtvorst klein is en de bodem is opgewarmd. In een koude, natte bodem kunnen deze bollen gaan rotten voordat ze beginnen te groeien.
Dahlia’s plant je doorgaans vanaf april of mei buiten. Wie eerder wil beginnen, kan de knollen binnen in een pot laten uitlopen op een lichte, vorstvrije plaats. Gladiolen kunnen vaak vanaf april worden geplant. Door ze met enkele weken verschil te planten, kan de bloei over een langere periode worden verdeeld.
Begonia’s zijn gevoelig voor kou. Zet ze daarom pas buiten na de laatste nachtvorst. Lelies zijn sterker en kunnen, afhankelijk van de soort, in het najaar of voorjaar worden geplant. Controleer bij twijfel altijd de informatie die bij de bollen hoort, want per soort bestaan verschillen.
De invloed van weer en bodem
Een kalender geeft richting, maar het weer bepaalt of het echt een geschikt plantmoment is. De ideale grond is los, licht vochtig en niet bevroren. Na langdurige regen kan het beter zijn om enkele dagen te wachten. Zeer natte grond bevat weinig lucht, waardoor de wortels zich slecht ontwikkelen.
Let bij het kiezen van een plantmoment op deze omstandigheden:
- Plant niet in een harde, bevroren bodem.
- Vermijd plekken waar na regen lang plassen blijven staan.
- Wacht met vorstgevoelige zomerbollen tot stevige nachtvorst voorbij is.
- Plant voorjaarsbollen voordat langdurige winterkou begint.
- Bewaar ongeplante bollen tijdelijk koel, droog en goed geventileerd.
Zandgrond voert water meestal snel af, maar kan ook snel uitdrogen. Kleigrond houdt meer vocht vast en is soms zwaar. Door compost door de bovenlaag te mengen, wordt de structuur vaak luchtiger. Gebruik geen verse mest direct rond de bloembollen. Dit kan jonge wortels beschadigen en vergroot de kans op problemen.
Zo plant je bloembollen op de juiste manier
Een goede plantdiepte beschermt bloembollen tegen kou, uitdroging en beschadiging. Als algemene regel geldt dat een bol ongeveer twee tot drie keer zo diep wordt geplant als hij hoog is. Een bol van vijf centimeter hoog komt dus meestal in een plantgat van tien tot vijftien centimeter diep. Kleine bollen worden ondieper geplant.
Zet de bol met de punt omhoog en de brede, platte kant naar beneden. Is de bovenkant niet duidelijk zichtbaar, leg de bol dan op zijn zij. De scheut zoekt tijdens de groei vanzelf de weg omhoog.
Houd voldoende afstand tussen de bollen. Grote tulpen en narcissen hebben meer ruimte nodig dan kleine krokussen. Voor een natuurlijk resultaat kunnen bollen in losse groepjes worden geplant. Een strakke rij is mogelijk, maar oogt vaak minder spontaan.
Geef na het planten alleen water als de grond droog is. In een natte herfst is extra water meestal niet nodig. Bollen in potten drogen sneller uit en hebben daardoor vaker water nodig. Zorg altijd voor gaten onder in de pot, zodat overtollig water kan weglopen.
Een laag bladeren of compost boven op de grond kan helpen tegen uitdroging en sterke temperatuurwisselingen. Maak deze laag niet te dik. De jonge scheuten moeten in het voorjaar gemakkelijk boven de grond kunnen komen.
Bloembollen planten in potten en bakken
Bloembollen kunnen ook goed in een pot of balkonbak groeien. Kies een pot die diep genoeg is en afvoergaten heeft. Leg eventueel een dunne laag potscherven of grof materiaal op de bodem, zonder de afvoergaten volledig af te sluiten. Vul de pot met luchtige potgrond.
Voorjaarsbollen kunnen in lagen worden geplant. Grote, laatbloeiende bollen komen onderin en kleinere, vroegbloeiende bollen bovenin. Tussen de lagen blijft voldoende potgrond zitten. Zo kunnen bijvoorbeeld tulpen, narcissen en krokussen elkaar tijdens het voorjaar opvolgen.
Potten zijn gevoeliger voor vorst dan volle grond. Zet ze tijdens strenge kou op een beschutte plaats en voorkom dat ze voortdurend nat staan. Volledig uitdrogen is ook niet goed. Controleer daarom af en toe of de grond nog licht vochtig is.
Wat als je te laat bent met planten?
Vergeten voorjaarsbollen kunnen vaak alsnog worden geplant, zolang ze stevig en gezond zijn en de grond niet bevroren is. Laat planten is meestal beter dan de bollen maandenlang bewaren. De bloei kan wel later vallen of in het eerste jaar minder uitbundig zijn.
Zijn de bollen zacht, beschimmeld of sterk uitgedroogd, dan is de kans op gezonde groei klein. Kleine uitlopers zijn niet altijd een probleem. Behandel deze voorzichtig en plant de bol zonder de jonge scheut te beschadigen.
Vorstgevoelige zomerbollen die te vroeg zijn gekocht, kunnen tijdelijk koel en droog worden bewaard. Zet ze niet naast fruit dat tijdens het rijpen gassen afgeeft. Controleer de bollen regelmatig op rot en uitdroging.
Veelgestelde vragen
Kun je bloembollen in januari planten?
Dat kan wanneer de grond niet bevroren, kletsnat of met sneeuw bedekt is. Voorjaarsbollen kunnen hierdoor nog wortels vormen, al kan de bloei wat later of minder sterk zijn.
Wat is de beste maand om tulpenbollen te planten?
Oktober en november zijn meestal uitstekende maanden voor tulpenbollen. De grond is dan voldoende koel, terwijl de bollen nog tijd hebben om voor de winter wortels te vormen.
Hoe lang kun je bloembollen bewaren?
De bewaartijd verschilt per soort, maar plant bloembollen bij voorkeur in het aanbevolen seizoen. Bewaar ze tot die tijd koel, droog, donker en goed geventileerd en controleer ze regelmatig.
Moet je bloembollen ieder jaar uit de grond halen?
Winterharde soorten mogen vaak blijven zitten en kunnen meerdere jaren terugkomen. Vorstgevoelige knollen, zoals veel dahlia’s en begonia’s, worden meestal vóór de winter gerooid en vorstvrij bewaard.
Kun je bloembollen planten als het regent?
Lichte regen is geen probleem, maar plant niet in doorweekte grond. Wacht na langdurige neerslag tot overtollig water is weggezakt en de bodem weer los en bewerkbaar aanvoelt.



